Archief

Wilt u op de hoogte blijven van de activiteiten in de IJsselsalon? Mail naar info@ijsselsalon.nl

Sang Wook Lee   
Jumoney 2017 Tradities vernieuwen, renew traditions
Tentoonstelling van 9 juli tot en met 30 juli
Opening op 9 juli om 15.00 uur door Annemieke Vermeulen, burgemeester van Zutphen

Sang Wook Lee groeide op en studeerde in Zuid Korea. Hij voltooide zowel zijn bachelor als masterstudie aan de Dong-A Universiteit in Busan.
Daarna vertrok hij naar de Verenigde Staten waar hij zijn studie Fabric Design aan de University of Georgia in Athens afsloot met een Graduation with distinction.
Sinds 2004 werkt Sang Wook Lee als Associate Professor aan het Skidmore College, Saratoga Springs, New York. Hij exposeerde in vele solo- en groepstentoonstellingen in de VS en Azie.
In 2010 ontving hij een Special Award in The exhibition of YoungNam, Zuid Korea en in hetzelfde jaar een Honorable Mention voor zijn werk in the Blue Fiber Show in Weaverville, North Carolina.
Recent exposeerde hij het werk Jumoney in China en NYC, New York.
In de IJsselsalon Zutphen toont Sang Wook onder andere de indrukwekkende installatie Jumoney 2017, waarin hij laat zien dat hedendaagse kunst een middel kan zijn om oude Koreaanse en Japanse tradities te behouden en om ze zichtbaar, relevant en aantrekkelijk te maken voor het hedendaagse publiek.

Jumoney 2017 postcard front1

Artist Statement:

Ik groeide op in Zuid Korea, een land met uitgesproken gewoonten en culturele gebruiken. Met mijn groeiende interesse voor westerse esthetiek, ontdekte ik mijn eigen passie voor kunst.
In die tijd was ik ervan overtuigd dat ik, om westerse kunst echt te kunnen begrijpen, onderzoek zou moeten doen in de VS. Dat bracht me er toe verder te studeren in Athens, Georgia. Ik deed daar mijn uiterste best om de westerse cultuur in al zijn vormen te omarmen, een proces dat de verschillen tussen Amerika en die van mijn Koreaanse geboorteland uitvergrootte.
Hoewel ik vroeger nooit problemen had met het definiëren van mijn Koreaanse achtergrond, begon ik door de verhuizing mijn culturele wortels  te onderzoeken. Ik ontdekte dat de warme herinneringen met betrekking tot mijn familie, sociale verbanden en ceremonies naar voren kwamen in mijn werk. En ook de culturele dissonantie tussen deze twee werelden werd zichtbaar.
De onderdompeling in de westerse cultuur had een onverwacht effect op mijn artistieke belangstelling en richting. Het bracht mij ertoe, de traditionele Koreaanse esthetiek, vooral in de textiel, diepgaand te onderzoeken. Het vergrootte mijn liefde en verwondering voor de traditionele Koreaanse kunsten en ambachten.
Al meer dan twintig jaar heb ik een aantal van deze traditionele technieken onderzocht en in mijn werk gebruikt. Een voorbeeld hiervan is Geumbakjang (ook bekend als Dodaikjang), een Koreaanse traditionele techniek om kleding te versieren. Deze techniek wordt ook toegepast in Japan, waar het Kinpaku heet.
In beide culturen wordt goud of zilver metallic folie aangebracht op het oppervlak van de stof om weelderige effecten te creëren. Geumbakjang ambachtslieden maken hierbij houten stempels. Deze worden met een plakkerige pasta ingesmeerd en daarna afgedrukt op de stof. Vervolgens wordt het bladgoud op de textiel aangebracht en zachtjes ingewreven.
Het feit dat Geumbakjang niet zo bekend is als het Japanse Kinpaku, (zoals de Hanbok, minder bekend is dan de Japanse Kimono), bracht me ertoe te onderzoeken hoe en waarom traditionele kunstvormen en de erkenning ervoor, zich in de loop van de tijd zo verschillend ontwikkelen.
Hedentendage zijn traditionele handgedrukte stoffen met natuurlijke kleurstof grotendeels vervangen door machinegedrukte stoffen en chemische kleurstoffen.
Hoe minder mensen traditionele kleding dragen, hoe meer de historische  relevantie verloren gaat. Naast het doorgronden, documenteren en behouden van dit textielkunsterfgoed, ben ik ook geïnteresseerd in het verkennen van hoe hedendaagse kunst een middel kan zijn om de oude tradities te behouden en om ze zichtbaar, relevant en aantrekkelijk te maken voor het hedendaagse publiek.

img_3034  ijselsalon_0011  sang-wook-lee-jumoney-2017-in-de-ijsselsalon

Over “Jumoney 2017”

Voor de installatie Jumoney 2017, te zien in de IJsselsalon, werd ik geïnspireerd door de traditionele Bokjumoney.
Bokjumoney is een klein traditioneel buideltje dat vroeger, meestal door kinderen, om hun middel werd gedragen. Oorspronkelijk waren ze bedoeld om verschillende spulletjes in mee te nemen, maar op Nieuwjaarsdag werd het buideltje ook gebruikt om rode bonen in te doen. Deze werden  aan het kind gegeven om het te beschermen tegen kwade geesten en om het voorspoed te wensen.
Tegenwoordig ziet deze traditie er anders uit:  als kinderen nu hun Hanbok dragen, krijgen ze geld in plaats van rode bonen om in hun Bokjumoney te stoppen.  Maar ondanks de culturele veranderingen wordt de symbolische gelukswens, nog steeds gekoppeld aan het dragen van de Bokjumoney.
De waardevolle culturele betekenis van deze buideltjes hebben mij geïnspireerd om deze Bokjumoney in mijn werk te integreren.
Bladgoud is een belangrijke toevoeging op elk van de buideltjes. Het proces van het aanbrengen van bladgoud op textiel, (Geumbakjang) is een oude Koreaanse techniek die werd toegepast op traditionele kledingstukken. Geumbakjang ambachtslieden maken hierbij houten stempels, die met een plakkerige pasta worden ingesmeerd en daarna afgedrukt op de stof. Vervolgens wordt het bladgoud op de textiel aangebracht en zachtjes ingewreven.
Een vergelijkbaar proces werd toegepast in Jumoney 2017.

Artist Statement

While coming of age in South Korea, a country with distinct customs and cultural practices, I took an interest in Western aesthetics and discovered my passion for art. At the time, I believed that in order to truly understand Western art, I needed to continue my studies in the United States. This led me to enroll in graduate school in Athens, Georgia, and upon relocating to the U.S., I made a conscious effort to embrace western culture in all its forms, a process that made the differences between America and those of my Korean homeland pronounced. Although I previously never had trouble defining my Korean heritage, over time, I began questioning my cultural ties, and noticed fond memories of family, social interactions and ceremonies surfacing in my artistic practice, culminating in artistic works that explored the cultural dissonance of relocation.

Furthermore, this immersion in western culture had an unexpected effect on my artistic interests and direction. It led me to deeply investigate traditional Korean aesthetics, especially in the Fiber Arts. As my research reinforced my admiration and wonder surrounding traditional Korean artistry and craftsmanship, it prompted questions regarding traditional techniques, questions that can only be answered through deep investigations into the roots of their cultural origins and subsequent evolution.

For over twenty years, I have been researching some of these traditional techniques and utilizing them in my work. One example is gold applique or Geumbakjang (also known as DODAIKJANG), a process used to decorate Korean traditional garments. This technique can also be found in Japan, where it is called Kinpaku. In both cultures, gold or silver metallic foil is applied to the fabric’s surface to create lavish effects. Geumbakjang artisans draw and design patterns, which they apply to wooden blocks which they then carve accordingly. The artisans then apply a sticky paste, stamp the fabric, and then place gold leaf over the stamp while gently grazing it. Kinpaku artisans on the other hand draw and design patterns on stencil paper before carving them. The fact that Geumbakjang is not as largely recognized as Kinpaku, just as Hanbok, a traditional style of Korean clothing, is not as well renowned as the Kimono, a Japanese traditional garment, leads me to want to research how and why traditional art forms have developed such differing levels of recognition and respect through the passage of time.

As techniques develop, speed and efficiency is increased. Traditional hand printed fabrics with natural dye have largely been replaced by machine printed fabrics and chemical dye. As fewer people wear traditional garments, the understanding of their historical relevance is lost. Beyond learning, documenting and preserving this fabric art heritage, I am also interested in exploring how contemporary art can become a vehicle to extend the life of these practices; making these traditions visible, relevant, and appealing to audiences today. My project will show how contemporary artists from both Korea and Japan are utilizing and preserving these techniques in their individual studio practices.

 About “Jumoney 2017”

For Jumoney 2017, Korean traditional pouches called Bokjumoney inspired me to create this installation piece.
Bokjumoney is formally worn on ones’ waist, and was commonly carried by children. This pouch was originally made to carry miscellaneous items, but on New Year’s Day the pouch was also used to carry around red beans. Red beans were given to the child to protect from evil spirits and provide good will. Nowadays that tradition has changed and when children wear their traditional Hanbok they are given money instead of red beans to put inside of their Bokjumoney. Although that part of culture has changed, the symbol of providing good will is still signified by carrying the pouch around. The cultural significance in this pouch has inspired me to include Bokjumoney in this installation piece.
Gold-leaf was also be applied to each of the Bokjumoney pouches. The process of applying gold-leaf to fabric, or Geumbakjang in Korean, is a long-standing tradition used to decorate Korean traditional garments and other items. Geumbakjang artisans usually draw and design patterns, which they apply to wooden blocks and then carve accordingly. The artisans then apply a sticky paste, stamp the fabric, and then place gold leaf over the stamp while gently grazing it. A similar process where gold or silver metallic foil is applied to fabric was used in Jumoney 2017.

ijsselsalon-opening-swl-annemieke-vermeulen

Zaterdag 24 juni 2017  Buffet 20.00 uur / Midzomernachtconcert Aanvang 22.00 uur
Op de langste dag en de kortste nacht van het jaar neemt Fredric Voorn u in woord en muziek mee in de wereld van de Nocturne.
Nocturne komt van het Latijnse Nocturnus, ‘Nachtelijk’ en is een muzikale compositie die geïnspireerd is op de sfeer van de nacht.
Frederic Voorn  is concertpianist, componist en maakt programma’s voor Radio 4. Hij dirigeert vier koren, schrijft artikelen voor diverse bladen en schrijft een boek over de geschiedenis van piano’s en pianisten.

Programma Midzomernachtconcert:
Ludwig van Beethoven Adagio sostenuto uit de Mondscheinsonate
John Field Nocturne in Bes/Nocturne in Es
Frederic Chopin Nocturne op. 9 # 2/ Nocturne op. 37 # 1/ Nocturne in Cis op. posthume
Mikhail Glinka Nocturne in F klein ‘La séperation’
Peter Tchaikovsky Nocturne in F groot op. 10 nr. 1/
Charles-Valentin Alkan Nocturne in B groot op. 22
Adolf Gutmann Nocturne in As groot op. 8 nr. 1
Claude Debussy Nocturne in Des groot/ Claire de lune uit de Suite bergamasque
Frederic Voorn Claire de nuit uit de Suite La Forêt perdue/ Pièces simples et naturelles
– Nantua
– Sarabande
– Intermezzo
– Lament
– Nos enfants, Berceuse
uljeegroter

 

22 april om 15.00 uur concert en cd presentatie. Schumann, Rossini en Brahms
Stefan Blonk hoorn, Riko Fukuda pianoforte en Frank Polman viool.

Stefan Blonk, begon zijn eerste hoornlessen bij Ab Koster in Den Haag en studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Piet Schijf. Daarna bij Hermann Baumann in Essen. Al tijdens zijn conservatoriumtijd combineerde hij het spelen van de moderne ventielhoorn met de natuurhoorn. Vlak na zijn studie in Den Haag werd hij eerste hoornist  bij Het Gelders Orkest in Arnhem. Een positie die hij vele jaren combineerde met spelen in het Orkest van de Achttiende Eeuw. In 2013 besloot Stefan zijn baan in Arnhem op te zeggen om free-lancer te worden. En kwam  het accent meer op de  natuurhoorn te liggen. Naast het Orkest van de Achttiende Eeuw en het Apollo Ensemble speelt hij  bij vele ensembles in binnen en buitenland. Zo speelde hij de laatste jaren in Australië, Japan, Korea, Polen, Zwitserland, Duitsland, België, Frankrijk en Denemarken. Zowel als solist en kamermuziekspeler is Stefan altijd zeer actief geweest. Zo speelde hij bij het Valerius ensemble (waaronder twee tournees naar Brazilië) en vaak met collega’s uit het Gelders orkest. Ook speelde hij enkele malen als solist met het Gelders orkest, het Phillips symfonie orkest, Combattimento Consort en anderen. Stefan is hoofdvakdocent hoorn aan ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Zwolle. Hij gaf masterclasses in Spanje, België en Brazilië en op het conservatorium van Amsterdam.

stefan-blonk-30-01-2014-47  img23058_31-3  franc-polmancannelies-van-der-vegt-950x712

Riko Fukuda studeerde piano en hobo aan het Toho-Gakuën conservatorium in Japan. Een beurs van de Nederlandse overheid maakte het haar mogelijk bij Stanley Hoogland aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag te studeren. Hier specialiseerde ze zich op de fortepiano.
Haar solo opnames met werken van Pinto en Dussek (op Olympia label) werden met groot enthousiasme ontvangen. Op Brilliant classic kwamen twee cd’s uit  met pianosonates van Haydn. Recente opnames zijn er van Mendelssohn solo piano werken, een pianoconcert van Sigismund Neukomm en pianoconcerten van Anton Eberl met de Kölner Akademie olv Michael Willens.
Recent verscheen een opname van de Winterreise van Franz Schubert met bariton Jasper Schweppe.
Riko is een begenadigd kamermuziekvertolker en lid van het Nepomuk Fortepiano Kwintet.

Franc Polman studeerde viool aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam bij Bouw Lemkes. Hij volgde masterclasses bij Sandor Végh, Berl Senofsky en voor oude muziek bij Jaap Schröder, Lucy van Dael, Elisabeth Wallfisch en Fabio Biondi.

Hij is concertmeester van Musica ad Rhenum en eerste violist in het Orkest van de Achttiende Eeuw; ook speelt hij regelmatig in projecten van het Apollo ensemble en Musica Amphion.
In het buitenland nam hij plaats in prestigieuse barokorkesten zoals Musica Antiqua, Les Musiciens du Louvre en The Raglan Baroque Players, en gaf masterclasses aan de Händelacademie in Karlsruhe en aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarnaast is Franc Polman actief in vele kamermuziekensembles, zoals het Nepomuk Fortepiano Quintet en het Schuppanzigh strijkkwartet, waarvan hij sinds 2006 deel uitmaakt.
Met fortepianiste Riko Fukuda vormt hij een duo. Franc Polman bespeelt een viool van Hendrik Jacobs (Amsterdam, 1701).

 

Dinsdagavond 21 maart, 20.00 uur 3 meesterwerken voor hoorn en piano. 

Programma:

Ludwig van Beethoven (1770-1827)    Sonate voor piano en hoorn, op.17
Allegro moderato/Poco adagio, quasi andante/Rondo – Allegro moderato

Ferdinand Ries (1784-1838)   Sonate voor hoorn en piano, Op.34
Larghetto – Allegro molto/ Andante/Rondo. Allegro

Robert Schumann (1810-1856)   Adagio und Allegro voor hoorn en piano

Beethoven en Ries componeerden nog voor de natuurhoorn en wisten de mogelijkheden van dat instrument muzikaal inventief uit te buiten. Schumann was een van de eersten die de nieuwe hoorn met ventielen effectief wist te gebruiken.  Zijn Adagio und Allegro is een perfect voorbeeld van vroeg romantische lyriek gecombineerd met een sprankelende virtuositeit.

portret2-kleur

Teunis van der Zwart is een van de toonaangevende hoornisten van zijn generatie, en maakte furore als bespeler van de natuurhoorn.
Hij is een internationaal vermaard specialist op zijn instrument, en actief als solist, kamermuziekspeler, docent en coach.
Als solist speelde hij onder dirigenten als Frans Brüggen, Phillipe Herreweghe, René Jacobs, Jos van Veldhoven, Ivor Bolton, Hidemi Suzuki, Michael Willens en Ivan Fischer.
Hij maakte CD opnamen als solist met o.a. het Freiburger Barock Orchester, het Orkest van de Achttiende Eeuw. Zijn vaste kamermuziekpartners zijn Isabelle Faust, Alexander Melnikov en Shuann Chai.
Tevens is hij artistiek directeur van Music Meeting Heiloo en hoofd van de Oude Muziek Afdeling van het Conservatorium van Amsterdam.

shuann-chai-2

Pianiste Shuann Chai is een actieve en boeiende performer, veelgeprezen voor interpretaties op zowel moderne en historische instrumenten. Haar projecten weerspiegelen haar brede interesse: het uitvoeren van de 32 Beethoven sonates op historische piano’s (seizoenen 2013-17), samenwerkingen met moderne dansers met de muziek van John Cage (2013) en Sergei Prokofiev (2015), en kamermuziek programma’s in La Folle Journée (Tokyo, Japan) en het festival Bach en Combrailles (Frankrijk). Zij is woonachtig in Nederland sinds 2008, en treedt op in heel Europa van Finland tot Spanje en de Oekraïne tot het Verenigd Koninkrijk. Ondertussen is zij ook actief in en Azië en in haar geboorteland de Verenigde Staten.

 

29 januari 2017 om 15.00 uur opening van de tentoonstelling Fred Sieger en Helen Sieger-White. ‘Those were the days…’

Opening door Rob de Leeuw, voorzitter stichting Signature, uitgevers van grafiek. En voormalig vice president van de Peter Stuyvesant Collectie.
Looptijd van de tentoonstelling 29 januari tot en met 12 maart 2017

download

Begonnen als autodidact realist ontdekte Fred Sieger (1902-1999) in de jaren 30 de suggestieve kracht van kleur. Aanvankelijk bouwde hij zijn schilderijen op met louter kleurvlekken. Na 1945 werden de vormen steviger en de kleuren heftiger. Naast dat van Matisse en Picasso werd vooral het werk van Chaim Soutine een bron van inspiratie.
In 1948 vertegenwoordigde Sieger de Nederlandse schilderkunst op de Biënnale van Venetië. In 1951 werd hij docent aan de kunstacademie in Arnhem. Een jaar eerder had hij zijn eerste volledig non-figuratieve schilderij gemaakt. Behalve met vormen en kleuren experimenteerde hij ook met de materie. In 1958 en 1959 nam hij deel aan de eerste spraakmakende tentoonstelling van de Informele Groep, met onder anderen Armando, Jan Schoonhoven en Henk Peeters.
Daarna ging Sieger zijn eigen weg. Hij liet zich leiden door persoonlijke ontdekkingen en fascinaties. Siegers definitieve doorbraak vond niet in Nederland maar in Denemarken plaats, waar zijn doorwrochte schilderijen vanaf begin jaren 60 grote waardering genoten. Een bekende Deense criticus omschreef zijn werk eens treffend als ‘coloristische kamermuziek’.
Met de opleving van het expressionisme in de schilderkunst rond 1980 kwam het werk van Fred Sieger ook in Nederland weer volop in de belangstelling. Hij werd herkend als een van die zeldzame kunstenaars die zich voortdurend blijven doorontwikkelen, zonder aan kwaliteit in te boeten. Zijn latere werk behoort dan ook tot het beste in zijn oeuvre.
Werk van Fred Sieger bevindt zich het Stedelijk Museum Amsterdam, het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, Museum Het Valkhof in Nijmegen, Museum Henriette Polak in Zutphen, Museum Schloss Moyland in Bedburg-Hau (D) en vele particuliere collecties in binnen- en buitenland.

www.siegerwhitestichting.nl 

FS-D3         fs-1031         fs-1089

images

In 1948 kwam Helen White (1911-2010) vanuit haar geboortestad New York naar Nederland. Na een korte lesperiode aan de Arts Students League en het Pratt Institute had ze besloten beeldhouwkunst te gaan studeren in Amsterdam. Onder leiding van de beeldhouwer Cephas Stauthamer bereidde ze zich met succes voor op het toelatingsexamen van de Rijksakademie, waar ze les kreeg van Piet Esser.
In Amsterdam ontmoette ze al gauw haar toekomstige echtgenoot, de schilder Fred Sieger. Na diens aanstelling aan de kunstacademie van Arnhem verhuisden ze halverwege de jaren 50 samen naar het oosten van Nederland. In 1965 vestigde het echtpaar zich in Zevenaar. Inmiddels had Helen Sieger de klei verruild voor de verf, omdat ze – zoals ze het zelf formuleerde – behoefte had aan kleur.
Waar Fred Sieger bijna uitsluitend in olieverf werkte, koos Helen Sieger voor de gouacheverf. In dit medium ontwikkelde ze zich in snel tempo tot een specialist. Haar eerste werken tonen vereenvoudigde landschappen en stadsgezichten. Later kwamen de figuren in vrolijke kleuren, geschilderd in een losse toets en een directe, enigszins naïeve stijl. Bron van inspiratie was het werk van kunstenaars als Paul Klee en Picasso, die haar niet zozeer in formele zin beïnvloedden als wel met hun onbevangen benadering van de beeldende kunst.
Door de jaren heen ontwikkelde Helen Sieger een volstrekt eigen artistiek gezicht, waarin vrouwfiguren de hoofdrol spelen, maar daarnaast ook veel aandacht is voor de autonome zeggingskracht van kleur en handschrift. Behalve in vele musea en galeries in Nederland stelde zij haar werk tentoon in Zweden, België, Denemarken en Duitsland.
Werk van Helen Sieger bevindt zich in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, Museum Henriette Polak in Zutphen en vele particuliere collecties in binnen- en buitenland.

www.siegerwhitestichting.nl

hw-2099-r      hw-2123-r      hw-2100-r

 

Vrienden van het Lied: Sara Klein Horsman mezzo sopraan, Vesna Dimcevska piano,
Zondagmiddag 5 februari. Aanvang:15.00 u.

Op het programma staan werken van Bosmans, Brahms, De Falla, en De Severac.
http://www.vvhl.nl/solisten/zangers/sara_klein_horsman en http://www.vvhl.nl/solisten/instrumentalisten/vesna_dimcevska

download        download-1

 

Lezing door schrijfster en filosofe Désanne van Brederode.  ‘Allemaal anders: over de vruchtbaarheid van verschillen.’
Zondag 18 september, aanvang 15.00 uur.  

‘Meelopers, kuddedieren, gewoontedieren: kwalificaties voor een mensensoort waartoe zekere moderne westerlingen niet graag willen behoren.
Beter is het een authentiek, origineel, vrij individu te zijn. Een persoon met de moed om zich te onderscheiden, zelfs tegen de stroom in te zwemmen.
Iemand met een onafhankelijk geest, creatief, mondig, avontuurlijk en niet bang voor veranderingen.
Toch hopen velen daarbij wel dat hun eigenheid door anderen wordt opgemerkt.
En niet zelden wil men zich door anderen laten inspireren: opvallende eenlingen die al hebben bewezen ‘hoe het moet’.
Het volgen van trends, het zoeken naar gelijkgestemden, het creëren van een veilig nest, het opgaan in de massa en/of het afbakenen van de eigen groep: ook dat tekent moderne, vrije mensen.
Tegenstrijdige verlangens? Ja. Maar door ze te onderzoeken in plaats van het spanningsveld op te heffen, kan een nieuwe manier van samenzijn ontstaan.
Waarin de verschillen niet hoeven worden weggepoetst én niet tot versplintering leiden, maar hun eigen vruchtbare kracht hebben. Allemaal anders. Samen alleen.’

Lezing Désanne van Brederode  Desanne

Indrukken|25 sept tot en met 22 okt 2016
Opening zondag 25 september 13.00 uur door Erik Slagter, kunsthistoricus

Maand van de Grafiek is een landelijke grafiekmanifestatie in oktober 2016 met 140 exposities door heel Nederland. Het doel is om de grafiek als kunstvorm in al zijn diversiteit een stevige impuls te geven, gericht op zowel een breed publiek al ook op een professionele groep van liefhebbers, kunstenaars en kunsthandelaren.
In de IJsselsalon wordt in deze periode werk getoond van 7 grafici, allen bevriende collega’s van graficus Frans Baake: Rudi Bastiaans, Marijke van Dijk, Ton Martens, Willem Moeselaar, Justine van der Noordaa en Béa Verheul.

FB Signals2015 008  Ton MartensIMG_4004  Willem Moeselaar_ 1MG_0227

Geelvinck Fortepiano Festival Zutphen 2016
IJsselsalon concert met Frederic Voorn piano.  23 oktober 2016 | 14.30 uur | IJsselsalon, Zutphen

Frederic Voorn speelt in de IJsselsalon in Zutphen op de Grotrian-Steinweg (c. 1895). In bruikleen van het Geelvinck Museum
“Een nachtelijke reis van de romantische klassieken naar de klassieke romantici”
Met op het programma werken van J.C. Bach, W.A. Mozart, F. Schubert en Nocturnes van Glinka, Tchaikovsky en Scriabin.

Frederic-Voorn-aan-piano-foto-Jos-Uljee2

Van Gendt Quartet | Vrijdag 26 augustus 2016 | Aanvang 16.00 uur

Het uit leden van het Koninklijk Concertgebouw Orkest bestaande kwartet speelt Beethovens strijkkwartet nr. 7 in F groot.
Het stuk werd in 1808 gepubliceerd onder opus 59, nr.1, bestaat uit vier delen en is langer dan bij Beethoven gebruikelijk is.
De muziek stelt hoge muzikale en technische eisen aan de spelers. Enkele delen hebben de sonate-vorm, terwijl het laatste deel is opgebouwd rond een bekend Russich thema. Beethoven deed dit waarschijnlijk om zijn Russische opdrachtgever (de ambassadeur in Wenen) gunstig te stemmen.
Het Van Gendt Kwartet bestaat uit: Jae-Won Lee, 1e viool   Leonie Bot, 2e viool   Michael Gieler, altviool   Fred Edelen, cello
  
Van Gendt.Qu
Fokke van Heel | Zaterdag 27 augustus 2016 | Aanvang 16.00 uur

Fokke van Heel is solo-hoornist van het Nederlands Philharmonisch orkest en het Nederlands Kamerorkest.
Begeleid door pianiste Naomi Tamura wordt de Hoornsonate opus 17 van Ludwig van Beethoven gespeeld.
De componist schreef  het werk in 1800 speciaal voor hoornvirtuoos Giovanni Punto die veel heeft bijgedragen aan de technische ontwikkeling van het instrument.
Met de hoorns van die tijd was het stuk eigenlijk niet te spelen, Beethoven heeft er later dan ook meerdere wijzigingen in aangebracht. Deze sonate is vanwege melodische lijnen ook zeer geliefd bij cellisten.

Naomi Tamura pianiste zw 

Tentoonstelling ‘Chinezen in Zutphen’. Van 10 juli tot en met 14 augustus 2016

Authentieke kostuums, accessoires, sieraden en gebruiksvoorwerpen van de Dong en Miao Chinezen. De collectie van Mieke Gorter.

  DCT april mei 2007 137 (2) 13654395_553512131488012_849133679192707710_n 13612249_553511314821427_7349914670187185228_n 13654308_553511214821437_3774746470798242927_n
  OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA 13680994_553512778154614_2238036509992870332_n

Zomeracademie Zutphen 6-10 juli 2016
Muzikale verdieping met Zomer Academie Zutphen, Johannette Zomer.

De Zomer Academie Zutphen is een vijfdaags muziekevenement met masterclasses, presentaties, workshops en concerten, op verschillende overdekte plaatsen in de stad Zutphen. De focus ligt op de authentieke uitvoeringspraktijk (vocaal en instrumentaal) voor professionals, conservatoriumstudenten en gevorderde amateurmusici. De klinkende resultaten zijn natuurlijk toegankelijk voor publiek.

De Zomer Academie Zutphen biedt professionele musici, studenten en gevorderde amateurmusici de kans lessen te ontvangen van prominente meesters en zo te werken aan techniek en interpretatie op hun eigen instrument of met hun stem. Maar ook om een breed publiek, op toegankelijke wijze, kennis te laten maken met het instuderen en uitvoeren van klassieke muziek in het algemeen.

Meesters Zomer Academie Zutphen 2016

Johannette Zomer, zang | Bruno Nünlist, CH, zen, zang | Philip Curtis, UK, opera | Marcel Ponseele, B, hobo |Kate Clark, AU, traverso | Franc Polman, viool | Yoshiko Morita, JP, altviool | Lucia Swarts, cello | Maggie Urquhart, UK, contrabas | Siebe Henstra, clavecimbel | Klaas Stok, orgel, koor | Fred Jacobs, theorbe, luit | Paul Komen, forte piano  | Susan Williams, AU, baroktrompet.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA   13600054_1168782619850691_2649950786988982524_n   zomer-300x300IMG_9376 (5)   IMG_9344IMG_9420    Johannette in de tuin    Paul Komen    13606520_1170248839704069_4630531068944736310_n

Tentoonstelling Rob Stultiens en Marijke Stultiens-Thunnissen van 9 april tot en met 2 juli 2016

IMG_8349xxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Marijke Stultiens. Geboren op 12 april 1927 in Breda.  Na haar gymnasiumtijd hebben de ouders van Marijke, zelf technici,  een wetenschappelijke studie voor haar op het oog.  Toch krijgt ze in 1946 toestemming om naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht te gaan. In 1949 stapt ze over naar de Jan van Eyckacademie  om als enige vrouw aan de schildersopleiding te beginnen. Als ze is afgestudeerd in 1953 is ze meteen succesvol en krijgt tot driemaal toe de Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst toegewezen. Altijd is er de intense verbintenis met het materiaal . Vanaf 1957 zijn dat textiele objecten, waarmee ze ruimtelijke vormen verkent. Later speelt papier een belangrijke rol.  Maar de verf blijft ze haar hele kunstenaarscarrière trouw. In haar werk drukt ze zich heel sprekend uit, expressionistisch. Muziek en poëzie spelen direct of indirect een belangrijke rol. Ze exposeert in Maastricht, maar ook in ondermeer Lausanne, Haarlem,  Den Haag, Warschau, Stuttgart, Venlo, Groningen, Sittard  en Parijs. Marijke’s respectabele leeftijd vormt geen belemmering om haar fantasie nog elke dag te verbeelden.

DSC_0442          DSC_0403CCCCCCCCCCCCC           DSC_0453

DSC_0447                        DSC_0443

Rob Stultiens

Rob Stultiens. Geboren 6 oktober 1922 Maastricht. Overleden 23 maart 2002.  Rob, wiens moeder sterft in het kraambed,  zwerft als kind vaak door de mergelgrotten bij Maastricht, in de doodse stilte, een donker labyrint waarin hij op het spoor wordt gezet van de weg die hij in zijn werk te gaan zou hebben. In 1941 begint  hij de beeldhouwopleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst in Maastricht en studeert na een onderduikperiode tijdens de oorlog in 1947 af. Daarna gaat hij een jaar naar de Rijksacademie Amsterdam waar hij les krijgt van professor Bronner om vervolgens o.l.v. Oscar Jespers aan de Jan van Eyckacademie in Maastricht te studeren. Vanaf het moment dat hij in 1952 zijn opleiding heeft afgerond, begint zijn carrière als ‘Limburgs meest eigenzinnige beeldhouwer’. Een periode die, tot zijn dood in 2002, een halve eeuw  zal beslaan. Hij is inventief, speels. Droomt zijn eigen dromen. Zijn werk is doordrenkt met poëzie;  Rilke, Gezelle, Kemp, Engelman.  Hij vertelt verhalen in keramiek, porselein, metaal, beton, hout, steen, metaal, plastic, textiel en gevonden materiaal. Steen en klei zijn constanten. Rob Stultiens exposeerde onder andere in Praag, Delft, Den Haag, Amsterdam, Lisse,  Aken, Maastricht, Groningen, Eerssel en Antwerpen.

DSC_0440DSC_0431

DSC_0412DSC_0435DSC_0467

Marijke en Rob Op de Jan van Eyckacademie leren Marijke en Rob elkaar kennen. Ze trouwen in 1954. Ook in hun werk vinden ze elkaar; in een land van verbeelding dat geen grenzen kent. Prof. Asselbergs, alias Anton van Duinkerken, opent hun eerste tentoonstelling in Maastricht in 1955. Daarna zullen nog vele exposities volgen, gezamenlijk, met anderen of solo. Vanaf 1960 wonen en werken ze in de buurt van Maastricht. Het huis  op de berg lijkt een uitkijkpost  dat uitziet over het dal waar de stad Maastricht in geborgen ligt. Marijke en Rob hebben gescheiden ateliers. Hun huis en de prachtige beeldentuin fungeren als expositieruimte voor hun beider werk en als open huis  voor concerten en poëzievoordrachten. In 1995 ontvangt zowel Rob als Marijke een koninklijke onderscheiding, Ridder in de orde van Oranje Nassau, vanwege hun verdiensten voor de beeldende kunst.

12 december 2015 tot 1 februari 2016 tentoonstelling Corrie Swaak

Opgeleid als fotografe aan het toenmalige Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Rietveldacademie, heb ik jarenlang gewerkt als fotografe. De keramiek ontdekte ik pas veel later

De fotografie leerde mij wachten op het juiste moment, kiezen voor het onomkeerbare vastleggen van dat moment. De mens speelde daarin jarenlang een beeldbepalende rol zonder verhalend te worden.
Mijn foto’s van de laatste jaren kennen echter een duidelijke kentering. Ik concentreer me op het landschap en de invloed van de jaargetijden. In de landschappen zoek ik beweging, sfeer, het steeds veranderende licht, universele beelden die een tijdloze wereld oproepen .

Toen ik ruim vijftien jaar geleden keramiek als beeldende discipline ontdekte wist ik dat ik begon aan een lang leer- en maakproces. Vanaf het begin was duidelijk dat ik helderheid in uitdrukking en eerlijkheid in materiaal wenste na te streven.
De keuze voor keramiek betekende ook  aansluiten bij een eeuwenoud handwerk, lang gedomineerd door functie en traditie.
In mijn werk zijn die aspecten verenigd: het materiaal, de klei met onbegrensde plastische mogelijkheden en de vormtaal van tekens. In het begin met sacrale elementen en vaak gerelateerd aan de kleur van de deels ongeglazuurde klei. Soms met bladgoud afgewerkt, of met engobe, of met glazuur, afhankelijk van de vorm.
Vanaf het midden van de negentiger jaren is in het werk een langzame verschuiving naar een vereenvoudiging van de vorm, architectonisch van opbouw. Altijd gedacht vanuit het materiaal. Vaak met een geometrische hoofdvorm en contrasterende plastische elementen.

IMG_0017     _32_0631 kopie    DSCN2365 kopie

IMG_7696      DSCN8389     IMG_8096

10 oktober 2015 tot 20 november 2015 tentoonstelling van Frans Baake en Stef Kreymborg,  Niets te beleven

Open zaterdag 10 oktober 2015 van 14.00 tot 17.00 uur
14.00 uur Lezing Frans Baake

Open zondag 11 oktober 2015 van 14.00 tot 17.00 uur
16.00 uur Concert Trio Janacek

Frans Baake Kunstenaarsboeken/Grafiek

Frans Baake (Stad-Delden 1958) volgde de opleiding grafisch ontwerpen en vrije grafiek aan de Akademie voor Beeldende Kunst AKI te Enschede. Daarna studeerde hij aan de afdeling vrije grafiek van de Rijksakademie te Amsterdam.

Sinds jaren maakt Frans Baake reizen naar eilanden, waar mogelijk naar mistige en winderige. Op reis maakt hij schetsen, foto’s, notities. Naar aanleiding van die bezoeken maakt hij grafiek en kunstenaarsboeken, die hij in een kleine oplage vaak zelf drukt, inbindt en uitgeeft. Boeken en prenten met foto’s, houtsneden, collages, teksten, associaties. Het is voornamelijk het kale, naakte landschap wat hem aanspreekt. Op de Aleoeten, gelegen in de Beringzee en behorend tot de staat Alaska, vond hij een zogoed als verdwenen cultuur, met een mengeling van Inuit- en Russische invloeden, gestoken in een Amerikaanse jas. De Falklands bezocht hij 10 jaar na de Argentijnse inval. Wat hem intrigeerde was de afstand van de eilandengroep tot het moederland Engeland. Het eiland Miquelon, behorend tot het Franse overzeese gebiedsdeel St. Pierre & Miquelon, is verbonden met het eiland Langlade. Beiden worden verbonden door een zandstrook waarop in de loop der eeuwen schepen strandden: een scheepskerkhof. Zo heeft ieder eiland voor hem een eigen betekenis.

Werk van Frans Baake wordt gepresenteerd op beurzen en exposities in binnen- en buitenland. Daarnaast geeft hij als gastdocent regelmatig workshops over het maken van boeken aan scholen en kunstacademies. De boeken hebben inmiddels hun weg gevonden naar (inter)nationale collecties zoals die van het Museum van het Boek in Den Haag, Centre Pompidou in Parijs, Victoria & Albert Museum in Londen en het Museum of Modern Art in New York.     www.fransbaake.nl.

Stef Kreymborg      www.stefkreymborg.nl

Trio Janacek

IMG_0440

Eugénie van der Grinten, fluit, Maarten Veeze, viool, Gijs van der Grinten, altviool

De drie leden van het ensemble Il Terzetto hebben hun ervaring in het spelen van kamermuziek opgedaan in het Gemini Ensemble, een ensemble waarmee zij in binnen- en buitenland optraden en veel opnamen maakten. Het Gemini Ensemble kreeg een Edison voor de CD Chansons Classiques met de Franse zanger Philippe Elan.

Gijs van der Grinten was tevens eerste violist in Holland Sinfonia, en docent aan het Alkmaars Conservatorium.

Maarten Veeze en Eugénie van der Grinten doceerden onder meer aan de conservatoria van Amsterdam, Zwolle, Maastricht en Alkmaar. Zij gaven masterclasses in Italië, Polen, Canada en de V.S. Gedurende vele jaren waren zij de drijvende krachten achter het Westerkerk Bachorkest te Amsterdam.

Maarten en Eugénie vormen een echtpaar; Gijs en Eugénie zijn een tweeling.

De combinatie fluit, viool en altviool is niet heel gangbaar in het kamermuziekrepertoire. De instrumenten hebben ieder een gelijkwaardige en concerterende rol en vooral het ontbreken van een bas maakt dat deze combinatie een geheel eigen plaats inneemt in de kamermuziekliteratuur.

Het repertoire van Ensemble il Terzetto omvat o.a. werken van Mozart, Beethoven, Max Reger, Henk  Badings, Antonin Dvorak, Sergey Tanéjèv en Endre Szervánszky.

IMG_7102.sJPG   DSC_0246   DSC_0230   DSC_0254 DSC_0242  DSC_0257  DSC_0292  DSC_0305  DSC_0226  OLYMPUS DIGITAL CAMERA